Joodse feesten

Hieronder volgt een overzicht van feesten (hoogtijdagen) en gebruiken die al in de bijbel worden genoemd. De latere Joodse tradities gaan hierop terug. De feesten staan in de volgorde waarin ze volgens de Joodse indeling van het jaar worden gevierd.

Sabbat (sjabbat)

(Ex. 20:8-11 en Deut. 5:12-15)

De sabbat valt op de zevende dag van de week. Hij gaat in op vrijdag bij zonsondergang en eindigt op zaterdagavond een uur na zonsondergang. Het is een dag waarop niet gewerkt mag worden, omdat God op de zevende dag rustte van zijn scheppingswerk (Ex. 20:11). De sabbat is een dag van ontspanning en rust. Het Hebreeuwse werkwoord sjavat betekent ook letterlijk ‘rusten’.

Nieuwemaansfeest

Het begin van een nieuwe maand werd gevierd met het zogenoemde nieuwemaansfeest. Waarschijnlijk was het een dag waarop men geen arbeid mocht verrichten en waarop bepaalde offers waren voorgeschreven. In Numeri 28:11-15 staat een voorschrift voor dit feest.

Sabbatsjaar en jubeljaar

(Lev. 25 en Deut. 15)

Volgens de bijbelse teksten moet er eens in de zeven jaar een sabbatsjaar worden gevierd. Schulden worden dan kwijtgescholden en het land wordt niet ingezaaid, zodat het tot rust kan komen. Na zeven sabbatsjaren wordt er in het vijftigste jaar een speciaal sabbatsjaar gevierd dat het ‘jubeljaar’ wordt genoemd. In dat heilige jaar geldt als extra bepaling dat de IsraÎlitische slaven hun vrijheid terugkrijgen.

De drie pelgrimsfeesten

Driemaal per jaar trekt men tijdens de pelgrimsfeesten (Pesach, Wekenfeest en Loofhuttenfeest) naar Jeruzalem om te offeren in de tempel.

Pesach en het feest van het Ongedesemde brood (Pesach en Matsot)

(Ex. 12:1-27 en Lev. 23:4-7)

De viering van Pesach (Joods paasfeest) herinnert aan de uittocht uit Egypte. Op de veertiende dag van de eerste maand wordt het pesachoffer bereid. Tegenwoordig begint deze viering ’s avonds met de sedermaaltijd. Ieder onderdeel van deze maaltijd herinnert aan de slavernij in Egypte en de uittocht naar het beloofde land. Na Pesach eet men zeven dagen lang matses, brood dat geen gist bevat, omdat Mozes en de IsraÎlieten dit ook aten vlak voor hun vlucht uit Egypte. Dit wordt het feest van het Ongedesemde brood genoemd. Op de eerste dag van die week werd de eerste opbrengst van de gersteoogst geofferd als teken dat het oogstseizoen kon beginnen.

Wekenfeest of Pinksterfeest (Sjavoeot)

(Ex. 34:22 en Lev. 23:15-16)

Zeven weken na Pesach wordt de eerste tarwe geofferd in de tempel als teken dat de oogst kan worden binnengehaald. Dit feest is later verbonden met een herdenking van het ontvangen van de Tora (de Wet) aan de voet van de berg Sinai.

Dag van het blazen op de ramshoorn (Jom Hasjofar)

(Lev. 23:24 en Num. 29:1)

De sjofar (ramshoorn) wordt geblazen om het volk op te roepen tot bezinning. Later wordt dit ook het moment waarop men het Joodse nieuwjaar viert (Rosj Hasjana).

Grote verzoendag (Jom Kipoer)

(Lev. 16:12-15 en 23:27-32)

De Grote verzoendag is een dag van vasten (niet eten) en rust. Op deze dag gaat de hogepriester als opvolger van A‰ron het gedeelte van de tempel in waar de ark van het verbond staat, het allerheiligste. Hij sprenkelt bloed op en voor de verzoeningsplaat die op de ark ligt. Dit is het teken van de verzoening tussen God en zijn volk. De zonden van het volk worden bedekt (kipoer = bedekken) en staan zo niet meer tussen God en zijn volk in.

Loofhuttenfeest (Soekot)

(Lev. 23:33-44)

Zeven dagen lang verblijft men tijdens dit feest in zelfgemaakte tenten (loofhutten) als herinnering aan de tocht door de woestijn. Op de laatste dag van dit feest wordt tegenwoordig de ‘vreugde van de Wet’ (Simchat Tora) gevierd. Een van de gebruiken tijdens dit feest is het scheppen van water uit de vijver van Siloam, het zingen van het ‘halleel’ (Ps. 113-118) en het aansteken van de vier grote kandelaars in de voorhof van de tempel.

Het feest van de Tempelwijding of Inwijdingsfeest (Chanoeka)

(1 Makk. 4:26-61)

1 MakkabeeÎn is een van de zogenoemde deuterocanonieke boeken. Deze zijn niet opgenomen in de Jongerenbijbel. Je kunt ze wel vinden in andere edities van De Nieuwe Bijbelvertaling. Dit feest van de Tempelwijding herinnert aan de overwinning van het Joodse volk op Antiochius IV Epifanes, die geleid werd door de MakkabeeÎn.

Poeriem of Lotenfeest (het boek Ester)

Dit feest herinnert aan de gebeurtenissen die beschreven zijn in het boek Ester. Volgens dat verhaal wilde Haman alle Joden uitroeien die in de burcht van Susa woonden, en wierp hij het lot om de datum daarvoor te bepalen. Ester en haar pleegvader Mordechai ontdekten het plan van Haman en wisten het Joodse volk te redden.