Ontdek Omroep.nl
Micha

Micha 1

1Dit zijn de woorden die de HEER richtte tot Micha uit Moreset, toen Jotam, Achaz en Hizkia in Juda regeerden; het visioen dat hij zag over Samaria en Jeruzalem.

Het oordeel van de HEER

2Luister, volken, allemaal,
hoor, aarde en wie haar bewonen,
hoe God, de HEER,
tegen jullie getuigen zal
vanuit zijn heilige tempel.
3Zie hoe de HEER zijn verblijf verlaat, afdaalt,
en over de hoogten van de aarde schrijdt.
4Onder hem smelten de bergen
en splijten de dalen
als was dat smelt voor vuur,
als water dat van een helling stort.
5Dit alles gebeurt om Jakobs misdaad,
om de zonden van het volk van Israël.
Wat is de misdaad van Jakob?
Samaria!
Wat zijn de offerhoogten van Juda?
Jeruzalem!
6Van Samaria maak ik een ruïne,
kale grond,
alleen geschikt voor een wijngaard.
Zijn stenen stort ik in het dal,
zijn fundamenten leg ik bloot.
7Al zijn godenbeelden worden verbrijzeld,
al dat hoerenloon gaat in vlammen op.
Al die beelden zal ik vernietigen,
want met hoerenloon zijn ze betaald
en als hoerenloon zullen ze weer dienen.
8Laat mij dan klagen, laat me schreeuwen,
laat mij naakt en blootsvoets gaan,
laat mij huilen als een jakhals,
laat mij roepen als een struisvogel.
9De wonden van Samaria zijn ongeneeslijk,
ze reiken tot aan Juda,
ze raken aan de poort van mijn volk,
ze raken Jeruzalem.
10Vertel het niet in Gat,
ween daar niet.
Wentel je in het stof
van Bet-le-Afra.
11Trek verder in gevangenschap,
bevolking van Safir,
naakt en in schande.
Ook de bevolking van Saänan
is niet ontkomen.
Een rouwklacht in Bet-Haësel,
de stad wordt jullie ontnomen.
12De bevolking van Marot
heeft gehoopt op het goede,
maar het kwaad van de HEER daalde neer
tot bij de poorten van Jeruzalem.
13Bind de wagen aan het span,
bevolking van Lachis;
in jou huist het kwaad van Israël,
de oorsprong van de zonde van Sion.
14Neem daarom afscheid van Moreset-Gat;
Achzibs werkplaatsen worden voor Israëls koningen
als een beek die plotseling droogvalt.
15Opnieuw zal ik een bezetter sturen,
bevolking van Maresa;
Israëls leiders zullen naar Adullam vluchten.
16Scheer je haar af, scheer je kaal
om de kinderen die je geluk uitmaken.
Scheer je zo kaal als een gier,
want ze worden bij je weggehaald.

OPTIES

  • eye-openers
  • aan de slag
  • beloofd = beloofd
  • eerlijk = eerlijk
Introductie van Bijbelboek Thema van Bijbelboek

Eye-opener

Crime Scene Investigation

Mi. 1:2-4

Natuurlijk ziet God alles wat er gebeurt op aarde. Maar om de ernst van de situatie aan te geven, gebruikt Micha een heel menselijk beeld van God die afdaalt naar de aarde om een rechtszaak te houden. Hij komt hoogstpersoonlijk kijken, en zijn verschijning is zo ontzagwekkend dat zelfs bergen en dalen voor hem bezwijken.

Seks in de tempel

Mi. 1:7

Veel religies in die tijd kenden het verschijnsel van de tempelprostitutie. Schandknapen en hoeren, zo worden de mannen en vrouwen genoemd met wie je tegen betaling seks kon hebben. De bedoeling hiervan was om op magische wijze de vruchtbaarheid van het land te bevorderen. Het koninkrijk van Juda had deze praktijken kennelijk overgenomen in de tempel van Jeruzalem.

Een voor een

Mi. 1:10-15

De plaatsnamen in de 1:11-15 liggen allemaal in Juda. Een voor een zullen ze merken dat ze niet aan Gods straf zullen ontkomen. Maar, zegt de profeet, vertel het niet in Gat (1:10). Daar wonen de Filistijnen, die leedvermaak zullen hebben bij de straf die Juda treft.

Scheer je kaal

Mi. 1:16

Als je rouwde om iemand die was gestorven, was het niet ongebruikelijk om je hoofd kaal te scheren, je kleren te scheuren en as of stof over je hoofd te werpen. Zo lieten de mensen in die tijd zien dat ze verdriet hadden. Micha roept hier op om hetzelfde te doen omdat het oordeel van de Heer er aan komt.

Aan de slag

Hoezo duidelijk?

Mi. 1:8

Of Micha nu helemaal naakt loopt of alleen een zogenaamde lendendoek draagt, hij valt wel op. Zo uitte men in Israël diep verdriet. Micha wil laten zien dat hij rouwt en weeklaagt over de zonden die er in het land gedaan worden. Welke manier zouden wij in onze tijd kunnen bedenken om mensen te laten zien dat de HEER verdriet heeft over de zonden van onze tijd?