Psalmen 24

1Van David, een psalm.
Van de HEER is de aarde en alles wat daar leeft,
de wereld en wie haar bewonen,
2hij heeft haar op de zeeën gegrondvest,
op de stromen heeft hij haar verankerd.
3Wie mag de berg van de HEER bestijgen,
wie mag staan op zijn heilige plaats?
4Wie reine handen heeft en een zuiver hart,
zich niet inlaat met leugens
en niet bedrieglijk zweert.
5Zegen zal hij ontvangen van de HEER
en recht verkrijgen van God, zijn redder.
6Dat valt hun ten deel die u zoeken,
die zich tot u wenden – het volk van Jakob. sela
7Hef, o poorten, uw hoofden omhoog,
verhef u, aloude ingangen:
de koning vol majesteit wil binnengaan.
8Wie is die koning vol majesteit?
De HEER, machtig en heldhaftig,
de HEER, heldhaftig in de strijd.
9Hef, o poorten, uw hoofden omhoog,
verhef ze, aloude ingangen:
de koning vol majesteit wil binnengaan.
10Wie is hij, die koning vol majesteit?
De HEER van de hemelse machten,
hij is de koning vol majesteit. sela

OPTIES

  • eye-openers
  • aan de slag
  • beloofd = beloofd
  • eerlijk = eerlijk
Introductie van Bijbelboek Thema van Bijbelboek

Eye-opener

De poort is te klein

Ps. 24:9

Wat staat hier eigenlijk? Het is een oproep aan de stadspoort. In de psalmberijming staat aloude deur, maak wijd uw boog. Neem dat maar letterlijk. Hier wordt de oude stadspoort opgeroepen zijn boog hoger te maken en zijn doorgang wijder. Er komt nu namelijk een koning aan, zo groot als er nog nooit een koning onder een boog is doorgereden.