Ontdek Omroep.nl

Psalmen 64

1Voor de koorleider. Een psalm van David.
2Hoor mijn stem, God, hoor mijn klacht,
behoed mij voor de dreiging van de vijand,
3verberg mij voor die misdadige bende,
voor die meute van boosdoeners.
4Ze scherpen hun tong als een mes,
ze richten hun pijl, een giftig woord,
5uit verborgen hoeken schieten ze op een onschuldige,
ze schieten onverhoeds, voor niemand bang.
6Ze wapenen zich met kwade woorden,
overwegen het zetten van een val,
en zeggen: ‘Wie zou het zien?’
7Ze zinnen op misdaden en denken:
‘We lijken onschuldig, zo verborgen is ons plan.
– Diep als een afgrond is het hart van de mens.’
8Dan schiet God zijn pijl op hen af,
onverhoeds worden ze zwaar verwond,
9hun eigen tong heeft hen ten val gebracht,
wie hen ziet, schudt verbijsterd het hoofd.
10De mensen zijn van ontzag vervuld
en roemen wat God heeft gedaan,
zij beseffen dat het zijn werk is.
11De rechtvaardige verblijdt zich in de HEER
en zoekt bij hem zijn toevlucht.
Wie oprecht van hart is, prijst zich gelukkig.

OPTIES

  • eye-openers
  • aan de slag
  • beloofd = beloofd
  • eerlijk = eerlijk
Introductie van Bijbelboek Thema van Bijbelboek

Eye-opener

Een pijl van God

Ps. 64:8

Vers 8 is Gods antwoord op vers 5. De boosdoeners schoten daar hun pijl, hun in gif gedrenkte woorden, en nu is het Gods beurt. Onverhoeds deden ze het, zo onverhoeds doet God het ook. We lezen vaker dat vaker in het psalmboek: God pakt het slechte en keert het tegen de slechten. Vers 9 vervolgt dan ook: Hun eigen tong heeft hen ten val gebracht.