Ontdek Omroep.nl
Ruth

Ruth 1

1In de tijd dat de rechters het volk leidden, brak er een hongersnood uit in het land. Een man trok daarom met zijn vrouw en zijn twee zonen weg uit Betlehem in Juda, om een tijdlang in de vlakte van Moab te gaan wonen. 2De naam van de man was Elimelech, die van zijn vrouw Noömi, en zijn twee zonen heetten Machlon en Kiljon; het waren Efratieten uit Betlehem in Juda. Toen ze in Moab waren aangekomen, bleven ze daar als vreemdeling wonen. 3Na enige tijd stierf Elimelech, de man van Noömi, en zij bleef achter met haar twee zonen. 4Zij trouwden allebei met een Moabitische vrouw. De naam van de ene was Orpa, die van de andere was Ruth. Nadat ze daar ongeveer tien jaar gewoond hadden, 5stierven ook Machlon en Kiljon, en de vrouw bleef alleen achter, zonder haar twee zonen en zonder haar man.

6Toen Noömi hoorde, daar in Moab, dat de HEER zich het lot van zijn volk had aangetrokken en dat het weer te eten had, maakte ze zich samen met haar twee schoondochters gereed om Moab te verlaten en terug te keren. 7Samen met hen verliet ze de plaats waar ze gewoond had. Maar toen ze eenmaal op de terugweg waren naar Juda, 8zei Noömi: ‘Gaan jullie nu maar allebei terug naar het huis van je moeder. Moge de HEER zo goed voor jullie zijn als jullie voor mij en mijn gestorven zonen zijn geweest. 9Moge hij ervoor zorgen dat jullie allebei geborgenheid vinden in het huis van een man,’ en ze kuste hen. Toen barstten zij in tranen uit 10en zeiden: ‘Maar we willen met u terugkeren naar uw volk!’ 11‘Ga terug, mijn dochters,’ zei Noömi, ‘waarom zouden jullie met mij meegaan? Kan ik soms nog zonen krijgen die jullie mannen kunnen worden? 12Ga toch terug, want ik ben te oud voor een man. Zelfs al zou ik nog hoop koesteren, zelfs al sliep ik vannacht nog met een man en al bracht ik nog zonen ter wereld – 13zouden jullie dan wachten tot ze groot zijn en je ervan laten weerhouden met een andere man te trouwen? Nee, mijn dochters, mijn lot is te bitter voor jullie; de HEER heeft zich tegen mij gekeerd.’ 14Opnieuw begonnen zij te huilen. Orpa kuste haar schoonmoeder vaarwel, maar Ruth week niet van haar zijde. 15‘Kijk, je schoonzuster gaat terug naar haar volk en haar god,’ zei Noömi, ‘ga haar toch achterna!’ 16Maar Ruth antwoordde: ‘Vraag me toch niet langer u te verlaten en terug te gaan, weg van u. Waar u gaat, zal ik gaan, waar u slaapt, zal ik slapen; uw volk is mijn volk en uw God is mijn God. 17Waar u sterft, zal ook ik sterven, en daar zal ik begraven worden. De HEER is mijn getuige: alleen de dood zal mij van u scheiden!’ 18Noömi zag dat Ruth vastbesloten was om met haar mee te gaan en drong niet langer aan. 19Zo gingen zij samen verder, tot in Betlehem.

Hun aankomst in Betlehem baarde veel opzien. Overal in de stad riepen de vrouwen: ‘Dat is toch Noömi?’ 20Maar ze zei tegen hen: ‘Noem me niet Noömi, noem me Mara, want de Ontzagwekkende heeft mijn lot zeer bitter gemaakt. 21Toen ik hier wegging had ik alles, maar de HEER heeft mij met lege handen laten terugkomen. Waarom mij nog Noömi noemen, nu de HEER zich tegen mij heeft gekeerd, nu de Ontzagwekkende me kwaad heeft gedaan?’ 22Zo kwamen ze samen terug uit Moab, Noömi en haar schoondochter Ruth, de Moabitische. Ze kwamen in Betlehem aan bij het begin van de gersteoogst.

OPTIES

  • eye-openers
  • aan de slag
  • beloofd = beloofd
  • eerlijk = eerlijk
Introductie van Bijbelboek Thema van Bijbelboek

Eye-opener

Rechters leiden het volk

Rt. 1:1

De periode van de Rechters loopt vanaf Jozua, de opvolger van Mozes, tot aan de eerste koning van Israël, Saul: van ongeveer 1200 tot 1020 voor Christus.

Geborgenheid

Rt. 1:8-9

Noömi adviseert Ruth en Orpa in Moab te blijven en terug te gaan naar hun familie. Daar kunnen Orpa en Ruth geborgenheid vinden en er later misschien met een man trouwen uit hun eigen volk. Dat is een liefdevol advies, want Noömi weet dat zij haar schoondochters geen goede toekomst kan bieden in Israël. Haar schoondochters zouden als kinderloze weduwen en ook nog eens als vreemdelingen, weinig kans hebben op een goed leven.

Aan de slag

Zoveel moed als Ruth

Rt. 1:16

Ruth heeft een standpunt ingenomen en is daar niet vanaf te brengen. Ze heeft gekozen voor haar schoonmoeder Noömi, voor het volk Israël én voor de God van Israël. Daarmee kiest ze voor een onzekere toekomst. Later zal God haar rijk zegenen, maar dat weet Ruth natuurlijk niet van tevoren. De keuze van Ruth laat groot vertrouwen, en moed zien. Door dit verhaal van Ruth kun jij je ook nu nog laten inspireren!

Eerlijk = eerlijk

Een bitter lot

Rt. 1:20-21

Noömi heeft God altijd gediend en toch overkomt haar een hoop rampspoed. Ze noemt zichzelf: Mara, de bittere. God dienen en gezegend worden, gaat dat dan niet samen? Nee, niet altijd. Je leest in de bijbel soms dat God de mens op de proef stelt, zoals bijvoorbeeld bij Job gebeurd. Zowel Noömi als Job keren zich niet van God af maar blijven hem zoeken, ondanks hun moeite en verdriet. God zegent hen later in hun leven op een heel bijzondere manier.