Ontdek Omroep.nl
Zacharia

Zacharia 1

Oproep terug te keren naar de HEER

1In de achtste maand van het tweede regeringsjaar van Darius richtte de HEER zich tot de profeet Zacharia, de zoon van Berechja, de zoon van Iddo: 2‘De toorn van de HEER heeft jullie voorouders getroffen. 3Zeg nu tegen het volk: “Dit zegt de HEER van de hemelse machten: Keer terug naar mij, dan zal ik naar jullie terugkeren – zegt de HEER van de hemelse machten. 4Wees niet als jullie voorouders. Toen de vroegere profeten hen in mijn naam opriepen om terug te keren van hun dwaalwegen en te breken met hun kwalijke praktijken, luisterden ze niet en gaven ze aan mijn woorden geen gehoor – spreekt de HEER. 5Waar zijn ze nu, jullie voorouders? En de profeten, leven zij eeuwig voort? 6Toch hebben mijn woorden en de wetten die ik mijn dienaren de profeten had opgedragen te verkondigen, jullie voorouders getroffen.”’ Toen kwam het volk tot inkeer en erkende: ‘De HEER van de hemelse machten heeft vanwege onze handel en wandel met ons gedaan wat hij zich had voorgenomen.’

Visioenen

7Op de vierentwintigste dag van de elfde maand, de maand sebat, in het tweede regeringsjaar van Darius, richtte de HEER zich tot de profeet Zacharia, de zoon van Berechja, de zoon van Iddo. Dit is zijn relaas.


8Vannacht had ik een visioen. Ik zag een man op een voskleurig paard. Hij stond tussen de mirtenstruiken aan de oever van het diepe water, en iets verderop stonden nog meer paarden: roodvossen, goudvossen en schimmels. 9‘Wat betekent dat, mijn heer?’ vroeg ik, en de engel die met mij sprak antwoordde: ‘Ik zal je laten zien wat dit betekent.’ 10De man die tussen de mirtenstruiken stond zei: ‘Dit zijn de ruiters die de HEER heeft gestuurd om de aarde te doorkruisen.’ 11De ruiters zeiden tegen de engel van de HEER, die tussen de mirtenstruiken stond: ‘Wij hebben de hele aarde doorkruist. Overal is het vredig en stil.’ 12Toen riep de engel van de HEER uit: ‘HEER van de hemelse machten, hoe lang zal het nog duren voor u erbarmen toont met Jeruzalem en de steden van Juda, waarop u nu al zeventig jaar verbolgen bent?’ 13Daarop antwoordde de HEER de engel die met mij sprak met troostende en bemoedigende woorden, 14en de engel droeg mij op te verkondigen: ‘Dit zegt de HEER van de hemelse machten: Brandend van liefde neem ik het op voor Jeruzalem en Sion, 15en ziedend van woede ben ik op de zelfgenoegzame volken. Ik had mijn toorn immers al weer laten varen, maar zij hebben mijn volk steeds harder aangepakt. 16Daarom – zegt de HEER – keer ik vol erbarmen terug naar Jeruzalem. Mijn huis zal er worden herbouwd – spreekt de HEER van de hemelse machten – en met het meetlint in de hand zal een begin worden gemaakt met de wederopbouw van de stad.’ 17Verder moest ik verkondigen: ‘Dit zegt de HEER van de hemelse machten: Opnieuw zullen mijn steden overvloeien van voorspoed, opnieuw zal de HEER Sion troosten, opnieuw zal hij Jeruzalem uitverkiezen.’

OPTIES

  • eye-openers
  • aan de slag
  • beloofd = beloofd
  • eerlijk = eerlijk
Introductie van Bijbelboek Thema van Bijbelboek

Eye-opener

Ook stap twee zetten

Zach. 1:1-6

Haggai (zie Hag.1:1-5 ) roept het volk op tot de herbouw van de tempel. De profeet Zacharia gaat een stap verder. Als God weer bij het volk komt wonen, moet je anders gaan leven. Dat begint met luisteren naar de Heer. Vervolgens maakt hij duidelijk dat er bij God geen ruimte is voor diefstal en leugens (5:3-4), oneerlijke rechtspraak, onderdrukking, uitbuiting en vreemdelingenhaat (7:9-10 en 8:16-17).

Hoe lang nog?

Zach. 1:8-12

De engel van de Heer kom je al bij Abraham tegen. Steeds heeft hij Israël geleid en beschermd. Het is een enorme bemoediging voor het volk dat hij hier tussen de mirtestruiken staat. Hij neemt het op voor het volk en vraagt God: Wanneer herstelt u de relatie met uw volk? Al zeventig jaar duurt uw woede! Hoelang moeten ze nog boeten? Is het nu niet genoeg geweest?

Stilte voor de storm

Zach. 1:11-12

Overal is het vredig en stil. Je zou zeggen dat deze boodschap gunstig is voor Israël, maar schijn bedriegt. Haggai en andere profeten hebben bevrijding en herstel van Israël aangekondigd. Ze zeiden dat God alle volken in beroering zal brengen (Hag. 2:7). Maar dat is nu nog niet te zien. Vandaar het gebed van de engel van de Heer.

Beloofd = beloofd

Jeruzalem, stad van God

Zach. 1:13-17

God is oneindig geduldig met Israël en wil na de straf van de ballingschap niets liever dan weer bij zijn volk komen wonen. En ook al is koning Darius mild voor Israël, nog steeds is het volk onderworpen. God belooft bevrijding: Jeruzalem zal weer het stralende middelpunt van zijn liefde zijn.