Indeling van de Bijbelboeken
Oude en Nieuwe Testament
De boeken van de bijbel zijn ingedeeld in twee hoofdgroepen: het Oude Testament en het Nieuwe Testament.
Oude Testament
Het Oude Testament gaat over de tijd vóór Christus en is oorspronkelijk geschreven in het Hebreeuws en het Aramees (een taal die veel op Hebreeuws lijkt). In het Oude Testament zijn verschillende soorten teksten te vinden, ook wel genres genoemd. Er staat zowel proza als poëzie in, er zijn wetten en wijsheidsboeken, lofprijzingen en klaagliederen, profetische aanklachten en visioenen. Ook binnen boeken kunnen verschillende tekstsoorten voorkomen: zo zijn er bijvoorbeeld in verhalende boeken ook vaak gedichten te lezen. De Hebreeuwse vertel- en dichtkunst verschilt in sommige opzichten van de Nederlandse. Een goed voorbeeld is het veelvuldig gebruik van herhaling. Uit de soms kleine variaties blijkt de vaardigheid van de Hebreeuwse verteller of dichter. Boeken als Ruth en 1 en 2 Samuel behoren tot de hoogtepunten van de Hebreeuwse vertelkunst; mooie voorbeelden van de Hebreeuwse dichtkunst zijn Hooglied, Psalmen en Job.
In het Oude Testament tref je drie verschillende soorten boeken aan:
1. Verhalende boeken (Genesis t/m Ester)
In deze boeken wordt onder meer verteld over:
- het ontstaan van de wereld en de eerste mensen;
- de grote vloed en de verspreiding van de mensen over de aarde;
- de stamvaders van het volk Israël;
- de bevrijding van Israël uit de Egyptische slavernij en hun tocht naar Kanaän;
- de tijd van rechters en koningen in Israël;
- de wegvoering van Israël naar Assyrië en Babylon, en de terugkeer.
In Leviticus, Numeri en Deuteronomium vind je gegevens over het volk Israël, wet- teksten en voorschriften voor feesten en offers. Verder zijn in 1 Kronieken en de boeken Ezra en Nehemia lijsten met namen te vinden.
2. Poëtische boeken (Job t/m Hooglied)
Deze boeken bevatten gedichten en andere poëtische teksten uit verschillende tijden.
3. Profetische boeken (Jesaja t/m Maleachi)
Deze boeken gaan over wat God vraagt van zijn volk, hoe hij mensen waarschuwt en wat hij belooft. Dit maakt God bekend via profeten. Soms rechtstreeks, soms door middel van een visioen: een soort 'virtual reality' die God laat zien aan de profeet.
Nieuwe Testament
Het Nieuwe Testament begint met de geboorte van Jezus Christus (of eigenlijk de gebeurtenissen van iets daarvoor) en vertelt over zijn leven op aarde en over de tijd daarna toen zijn leerlingen overal zijn boodschap gingen rondvertellen en er christelijke gemeenten ontstonden. Deze boeken zijn ongeveer tussen 50 en 130 na Christus in het Grieks geschreven. De titel 'Nieuwe Testament' werd in de vroege kerk gebruikt om aan te geven dat deze boeken hoorden bij een nieuwe periode van de geschiedenis, de tijd vanaf de komst van Jezus. Jezus Christus en zijn daden staan dan ook centraal. Hij vormt het hart van het christendom: christenen geloven dat er met de komst van Jezus, zijn sterven aan het kruis en zijn opstanding uit de dood, een nieuwe relatie mogelijk is tussen de mens en God. In de loop van de tweede en derde eeuw na Christus kwam min of meer vast te liggen welke boeken tot het Nieuwe Testament behoorden.
In het Nieuwe Testament tref je, net als bij het Oude Testament, verschillende soorten boeken aan. Het Nieuwe Testament kun je als volgt indelen:
1. De evangeliën (Matteüs t/m Johannes)
Deze boeken gaan over het leven van Jezus op aarde.
2. Handelingen van de Apostelen
Hierin wordt verteld over de leerlingen van Jezus die het grote nieuws van Jezus bekendmaken.
3. Brieven (Romeinen t/m Judas)
De brieven van Paulus, die hij schreef aan diverse personen en aan christelijke gemeenten, zijn de bekendste.
4. Openbaring van Johannes
Dit boek bevat enkele korte brieven aan verschillende christelijke gemeenten, maar vooral visioenen die Johannes kreeg op het eiland Patmos.
